Thema's

We zien weinig werk

Maandag 2 november 2015 organiseerde de gemeente Utrechtse Heuvelrug een informatieve avond over de plannen die zij heeft om mensen met een uitkering beter van dienst te kunnen zijn. De plannen bestrijken de periode 2016 tot en met 2017. Afdronk van de presentatie en samenvatting van de plannen: het bewerkstelligen minder instroom naar de voorzieningen en meer uitstroom uit de voorzieningen. Daar is een ander woord voor: bezuinigen. Door wollige taal te bezigen over sociale dorpsteams en dat te larderen met onbegrijpelijke termen, werd het een politieke avond. De burgemeester vatte het in drie zinnen samen en was blij dat het voorbij was, zodat het volgende agendapunt behandeld kon worden. We aanschouwden de vergadertijger in zijn habitat.

Laat ik inzoomen op een paar kreten die werden geslaakt. In de eerste plaats werd er gesproken over “klanten”. Daarmee worden de mensen bedoeld die voor hun inkomen afhankelijk zijn van de overheid zonder dat daar arbeid tegenover staat, de “leverancier” blijkbaar. Helaas is er geen sprake van een klant-leverancier-relatie. De klant heeft niets te zeggen, alle goede bedoelingen met een cliëntenraad ten spijt. Ik zou willen pleiten voor een andere benaming: mede-burgers bijvoorbeeld? In een gemeente waar bestelbusjes rondrijden waarop “Orde en Handhaving” staat, is het niet verwonderlijk dat er over klanten wordt gesproken waar burgers worden bedoeld. Deze klanten, dat is de overbuurvrouw die jaren gewerkt heeft, slachtoffer is van geestelijke mishandeling door haar inmiddels overleden ex-man, met een zoon die dat allemaal heeft meegemaakt en mede daardoor aan de cocaïne verslaafd is geraakt; dat is jouw mede-bestuurslid van de voetbalclub, een man die zich met hart en ziel inzet voor de vereniging, maar van wie dat hart het niet goed doet. Zijn werktijden zijn als zijn hart hem dat toestaat; dat ben je misschien zelf wel: werkloos geworden na de zoveelste ontslagronde in jouw bedrijf. Van medewerker tot “klant” in een oogwenk.

Ander voorbeeld: in een van de twee presentaties staat onderaan een getoonde dia “Veel inwoners doen niet mee”. Een aanwezige die daar een opmerking over maakt krijgt de geruststellende opmerking dat dat uiteraard niet zo bedoeld is. Eigenlijk had daar “Veel inwoners kunnen niet meedoen” moeten staan. Right. Doe dat dan ook. In deze presentatie kwam de participatieladder aan bod, een beeldspraak voor de mate waarin mensen in de ogen van de “leverancier” deelnemen aan de wereldvreemde maatschappij die zij voor ogen heeft. De participatieladder: een oneindige ladder die onderin een put staat en eindigt bij het riooldeksel midden op een drukke straat, waar je kop eraf wordt gereden als je denkt dat je het gered hebt.

De instroom beperken en de uitstroom bevorderen. Dat klinkt logisch, maar dat is het niet. Minder mensen naar de voorzieningen en meer mensen uit de voorzieningen, bezuinigen dus. Bezuinigen als onhaalbaar doel. De gemeente heeft niet door dat bezuinigen op korte termijn onomkeerbaar zal leiden tot exponentieel toenemende uitgaven op langere termijn. Bezuinigen op schudhulp­verlening nu, betekent meer mensen op straat over vijf jaar omdat ze hun woning uitgezet worden. Uitstroom bevorderen, maar waar moeten die mensen dan naartoe? Er is geen werk, dat wil zeggen: er is geen betaald werk. Want werk is er wel, maar dat wordt niet gewaardeerd met een salaris. Miljoenen mensen zorgen onbetaald voor andere mensen, honderdduizenden vrijwilligers houden verenigingen overeind, duizenden mensen helpen elke dag andere mensen obstakels overwinnen. Allemaal onbetaald, terwijl als dat zou wegvallen, de maatschappij in elkaar zou storten. Daarom moeten we werk anders gaan waarderen, van ‘klanten’ weer burgers maken. We moeten ons realiseren dat wat de beleidsmakers werk noemen een verdwijnende vorm van betaalde arbeid is. Er is geen betaald werk meer, de visie op de lange termijn ontbreekt volledig. Beleidsmakers mogen niet verder kijken dan tot de volgende verkiezingen, terwijl beleid nodig is voor de komende tientallen jaren. We laten ons hoofd hangen naar de conjuncturele ontwikkelingen in plaats van naar de structurele veranderingen die onontkoombaar allang bezig zijn de maatschappij te veranderen.

Het was die avond niet de plaats en de tijd dit te zeggen. Daarom hier.