Thema's

Twee bordjes

“In de gang staan twee tasjes voor Carin, neem die maar mee.” Mijn schoonvader wijst naar de plek waar ik zijn uit de papiercontainer opgeviste schatten aantref. Alles wat hij aandraagt nemen we mee naar huis, tenzij het te vies is om aan te pakken. Hij scharrelt zijn leven lang al tussen het grofvuil uit de straat, sloophout bij een bouwproject, noem maar op. Nu zijn actieradius krimpt zijn de afvalcontainers van het appartementencomplex waar hij woont onderwerp van zijn niet aflatende speurtocht naar bruikbare spullen ‘voor Cor’ of ‘voor Carin’ of ‘misschien iets voor de jongens’. De tasjes bevatten dit keer vooral kookboeken, min of meer identieke exemplaren die we bij de vorige verhuizing zelf bij het oud papier mikten. De duik in de blauwe papierbak is het ergste niet, de spullen die hij uit opengescheurde restafvalzakken peutert zijn onze zorg. Waar is dat allemaal mee in aanraking geweest? Dat, in combinatie met zijn teruglopend besef van hygiëne en, ‘O ja!’, een pandemie, belooft een verkeerde afloop. Is het niet een infectie via een sneetje van een weggegooid scherp object door het gewroet, dan wordt hem het opstapje naar de afvalcontainers een keer fataal. Je kunt het niet voor zijn, hoe vaak je hem ook waarschuwt. Hij heeft het altijd al gedaan en zijn hele huidige leven bestaat uit het doen van dingen die hij altijd al heeft gedaan: het overdreven luchten van de woning, het obsessief controleren van de sloten, het in- en uitpakken van zijn tasje en het ‘s avonds alvast klaarzetten van de ontbijtboel, et cetera. Sinds een paar maanden is er bij de laatste activiteit van de dag iets veranderd: in plaats van twee bordjes, zet hij er eentje klaar.