Thema's

Schrijven

Ze had op Google Maps gezien dat hij was ingecheckt bij de OBA. ‘Eens kijken of ik hem daar kan vinden!’ Hij vertelde dat ie meestal op de derde verdieping plaatsnam in de hoek die over het Oosterdok uitkijkt, aan een oude lessenaar. Ze wandelde de kade op. De sloop van de oude dam was in volle gang, al zaten de werklui nu te schaften in een van de keten die op het laatste stukje dam stond. Op de trappen voor de bibliotheek zaten mensen iets te eten, te lezen, te praten of te dromen in de lentezon. ‘Aha, toiletten!’ Ze ontwaarde bij binnenkomst het bordje waarop stond aangegeven waar ze die kon vinden en daalde af naar de kelder. Ze trof zowaar een muntje van € 0,20 in haar tas aan en deponeerde die op het schoteltje. ‘Die zijn ook overal hetzelfde!’ De toiletten in de bibliotheek zijn van nagenoeg ondoorzichtig glas. Dat is een vreemde gewaarwording. Het wekt de suggestie dat je er doorheen kunt kijken. ‘Nergens schonere toiletten dan hier!’ Ze schoof in één keer haar broek en slipje naar beneden om plaats te nemen op de toiletbril, die ze voor de zekerheid toch even afnam met een wc-papiertje. Ze deed waarvoor ze was gekomen, waste haar handen, checkte haar kapsel en verliet de kelderverdieping door de trap on-damesachtig met twee treden tegelijk te nemen. ‘Derde etage!’ Drie roltrappen later scande ze de verdieping af op zoek naar een vent met warrig haar, dat gebeurde altijd als hij zat te studeren of schrijven, en een opvallende flapoor. Het was druk in de bibliotheek, in de bewuste hoek op de derde etage zat hij niet. ‘Dus ... Nu kan ik gaan zoeken.’ Ze koos ervoor om van boven naar beneden te gaan speuren. Helemaal bovenin is het restaurant. Daar verwachtte ze hem niet te vinden, voor de zekerheid keek ze toch even. ‘Geen flapoor.’ De vijfde en vierde verdieping hadden evenmin succes. Op de derde was ze al geweest. Terwijl ze op de roltrap van de derde naar de tweede verdieping schoof zag ze rechts zijn tas staan op de hoek van een studietafel en daarachter het onmiskenbare silhouet van haar doel. Hij zat geconcentreerd te typen op zijn laptop. ‘Moet ik hem wel storen? Natuurlijk wel, hij zal blij zijn me zien!’ Tegenover hem was nog een plekje vrij aan de studietafel. Ze liep om de vitrines heen en toen de vrouw haar tas op de stoel bij de vrije plek had weggehaald, ging ze zitten kijken naar de man tegenover haar. Het duurde minder dan een minuut voor hij de nieuwe tafelgenoot bemerkte. “Hallo liefje,” zei hij zachtjes. Die twee woordjes deden de anderen aan de tafel opkijken. Hij stond op, liep om de tafel heen en gaf haar een kus. Ze sloot even haar ogen en streek hem door zijn haar. “Ga je mee?” “Of course!” Hij klapte de laptop dicht, borg de snoeren op in zijn tas, pakte zijn jas van stoelleuning en volgde haar naar de roltrap.