De mannen van de Discus

De verhuisdoos geurde naar de jaren zeventig, toen pockets werden gedrukt op papier dat met de jaren bruiner kleurt. Het stapeltje van negen stuks dat ik eruit neem heeft als noemer het woord ‘Discus’ in de titel en vertegenwoordigt een tijd waarin ik me onderdompelde in de Friese science fiction die Ruurd Feenstra in 1967 begon en waarmee ik een paar jaar later kennismaakte. Toen las ik al alles wat los en vast zat: van krant tot melkpak. De Discus-serie is een voor een kind van tien, elf, twaalf geweldig: spannend van begin tot eind en zich afspelend in een wereld waaruit, zoals met zoveel in dit genre, elementen inmiddels bewaarheid zijn geworden. De imaginaire familie Hiddes, de pater familias en hoofdpersoon is professor doctor Tjerk Hiddes, strijdt tegen ‘het syndicaat’, de slechteriken. Verschillende malen wordt het syndicaat verslagen om in een volgend deel weer op te duiken. De stoere zonen veroveren gaandeweg de reeks een dame, waarmee de romantiek haar intrede doet bij de lezer en je plotseling anders kijkt naar de meisjes in je omgeving. Voor mij is de techniek intrigerend: het luchtschip met haar nucleaire energiebron, de ‘spray’ en vooral de ‘heat ray’, die als wapen wordt gebruikt, maar later als oplossing voor afvalproblemen wordt ingezet: optimale verbranding van de meest gevaarlijke chemische verbindingen die daardoor uiteenvallen in ongevaarlijke stoffen. Een eindeloze rij tankwagens richting Friesland is het gevolg. Het stapeltje jeugdboeken kijkt me aan met ogen uit de jaren zeventig terwijl ik me afvraag of deze herinnering bij het oud papier kan of ik ze zal bewaren. Ik besluit de herinnering te behouden en de boeken weg te doen, als ik spijt krijg is er altijd nog de Deventer boekenmarkt.