Thema's

De Herfstchrysant

“Mama?” Kim probeerde haar moeder’s aandacht te trekken. “Mam!” “Ja, lieverdje wat is er?” “Hoe heet deze struik?” Ze wees naar de woekerende bos purperkleurige bloemen, de enige bloeiende plant in de tuin. “Dat is een herfstchrysant Kim, die bloeien in de ...” “Herfst!” riep Kim trots. “Dat is best gek toch mam?” “De reden van de late bloei weet ik niet precies, ik denk wel dat de paar bijen en hommels die nog niet aan hun winterslaap zijn begonnen, het heel fijn vinden dat ze nog even ergens boodschappen kunnen doen.” “Haha, grappig mama.” “Zal ik je een verhaal vertellen over deze plant? Het is echt gebeurd.” “Anneke!” De andere helft van de tweeling speelde met Flint in de kennel, een van de weinige momenten dat je de zussen van elkaar gescheiden aantrof. “Tissur?” “Wil je warme choco?” “Jaaa!” “Kom Kim, dan gaan we naar binnen, koffie voor mij en chocolademelk voor jullie maken en vertel ik het verhaal over de herfstchrysant.” In het voorbijgaan aan de kennel zei Ineke tegen Anneke: “Flint vindt het vast niet erg als je hem mee naar binnen neemt.” “Oké mam!”, klonk het uit het hondenhok, waar de speelkameraadjes achter elkaar uitkropen. “Als jij nog even de waterbak vult Anneke, is Flint ook tevreden.” “Doe ik!”

Kim schoof het kleine trapje over de vloer van de keuken richting de hoge kast om de cacao te pakken. Ineke dook in de koelkast voor de melk. Kim zette het pak op het aanrecht en plaatste de pot rietsuiker ernaast. “Eén op één toch mam?” “Ja, dat is helemaal goed meisje.” Voorzichtig lepelde Kim in twee mokken elk twee schepjes cacao en twee schepjes suiker. Ineke zette het koffiezetapparaat aan het werk. Anneke en Flint liepen onderwijl langs en besloten dat ze niet hoefden te helpen. De hond dook onder de grote tafel, Anneke klom op een stoel en trok een schetsboek naar zich toe. Na een paar minuten voegen Kim en Ineke zich bij haar met de warme dranken. Ineke zette een schaaltje kruidnoten op tafel. “Lekker! Zijn die er al?” “Ja, dat jullie ze nog niet gezien hebben in de supermarkt, is een wonder.” “Het verhaal mama.” “Wat voor verhaal?” vroeg Anneke. “Ssst, luister nou maar,” voegde Kim haar zusje toe. “Buiten, je kunt ‘m vanaf hier net niet zien, maar je weet wel welke ik bedoel, staat een mooie paarse plant, een herfstchrysant.” Anneke knikte. “Jullie hebben mijn vader, jullie opa, niet gekend. Hij was al dood voordat jullie geboren werden.” De tweeling dronk gelijktijdig een slokje uit hun beker en nam een handje kruidnoten uit het schaaltje. Onder de tafel zuchtte Flint hoorbaar. “Opa had de gewoonte spullen die anderen weggooien mee naar huis te nemen en op te knappen. Jullie driewieler is daar een voorbeeld van. “Echt mama?” “Ja, dat wist je niet hé?” “Enfin, zo kwam hij op een dag thuis met een kartonnen doos vol plastic bakjes met op sterven na dode plantjes. Oma was niet blij dat opa de schuur volstouwde met wat zij ‘rommel’ noemde, stilletjes vond ze ook wel mooi als hij iets omtoverde tot een bruikbaar stuk gereedschap, een mooie stoel of ...” “Onze driewieler!” riep de tweeling in koor. “Precies! Ik was zelf al te groot om erop te rijden, jullie hebben er nog steeds lol van, en Maartje nu ook. Opa had eigenlijk niets met plantjes, dus van hem heb ik die groene vingers niet, hoewel ..., deze doos had blijkbaar een onweerstaanbare aantrekkingskracht op hem en die bracht hij mee ergens uit de stad, op de bagagedrager van zijn fiets.

Hij kocht potgrond en potjes bij het tuincentrum, zette voorzichtig alle plantjes over en verzorgde ze dagelijks alsof het zijn kinderen waren.” Ineke keek even bedenkelijk. “Na een paar dagen bleek de helft van de plantjes niet te redden, de rest vertoonde tekenen van leven.” “Ik denk dat ik het al weet!” fluisterde Anneke. “Ssst!” siste Kim. “Na een paar weken was er een plantje dat goed bijtrok, de andere bleken het moeilijker te hebben of het was onkruid dat opkwam. Dat ene plantje is, je had het al door Anneke, is de prachtige plant die staat te bloeien in onze tuin.” “Van opa!” “Ja, van jullie opa. Hij heeft daarna nooit meer iets met planten gedaan, alleen deze verzorgde hij tot zijn dood toe en die heeft mama uiteindelijk meegenomen naar hier. “Dat is een mooi verhaal mama!” “Het is nog niet helemaal klaar.” De tweeling keek elkaar verbaasd aan. “Vanaf het moment dat ik mijn vader zo behoedzaam zag zorgen voor de plant, ik was toen een jaar of acht of zo, een jaartje ouder dan jullie nu, kreeg ik interesse in alles wat groen is. Dus onbedoeld heeft opa mij op het spoor gezet van tuinieren en ik heb er mijn werk van gemaakt. Daarbij komt ook nog dat ik het leuk vind om planten, bomen of struiken te redden, en in leven te houden door ze te stekken of zaadjes en vruchten te oogsten en er nieuwe mee op te kweken. Ik kan over nog minstens tien dingen hier in de tuin een verhaal vertellen.” De aandacht verslapte bij de meisjes, terwijl Ineke in gedachten haar herinneringen langs liep, vertegenwoordigd in de tuin. ‘Wie weet welk zaadje ik nu geplant heb.’