Boodschappen doen

Afgelopen zondag ontdekte mijn schoon­vader dat er geen kant-en-klaarmaaltijden meer in de koelkast lagen. Ook gaf de weekplanner aan dat Cor noch Carin die dag zouden komen eten en slapen, iets dat ze om de dag doen. Een lichte paniek maakte zich van hem meester: wat nu? Hij haatte het afhankelijk zijn van anderen op zulke momenten als deze en besloot zelf een maaltijd te gaan halen bij de Aldi aan de overkant van de straat. Tussen voor­nemen en uitvoering zit een zee van tijd waarin hij zijn schoenen moet zoeken en aantrekken, zijn portemonnee pakken, checken of hij een jas aan moet trekken, enzovoorts. Een reeks handelingen die hem met de dag meer moeite kosten. Toen hij de tuindeur op slot draaide om op pad te gaan was er een klein uur verstreken. Hij schuifelde, gesteund door een wandel­stok, richting de Achter­bergse­straatweg en stak voorzichtig over. Het was opvallend rustig bij de winkel, vond hij. De winkeldeur gaf  de verklaring: gesloten. ‘Verdomme!’ Hij had zich geen moment gerealiseerd dat het zondag was. De weg terug in hetzelfde tempo, maar dan boos en verdrietig. Thuis aangekomen belde hij in tranen met zijn dochter, die hem meteen ging ophalen om bij ons te komen eten. Aanstaande donderdag verhuizen we hem naar het verzorgingshuis, 500 meter verderop, waarvan hij zijn leven lang heeft gezegd er nog niet begraven te willen worden.